Een plein waarop men veel salsa danst   NAAR DE NIEUWE SITE  
Logo van Latinforum, de site om te praten over salsa en andere latinmuziek en -dans
  28 januari 2012   Deze personen weten alles van Salsa groningen, latin Leeuwarden, merengue Assen, bachata-Zwolle en zouk-Utrecht; dankzij hen blijven de agenda en het forum actueel
 

Weblog van salsa_and_city  

Latinforum (salsa) forum index -> Weblogs -> Weblog van salsa_and_city

New Attraction: een terugblik
Di Jul 12, 2011 2:14 pm
[  Stemming: Amused ]
[ Listening to Keizer&Negativ, Hoe ze loopt Momenteel: Listening to Keizer&Negativ, Hoe ze loopt ]
Het getuigt natuurlijk wel van humor om iemand van halverwege de veertig naar een hiphopfestival te sturen. En dan ook nog iemand die er geen lood verstand van heeft, die amper weet wat hiphop inhoudt. De enige mensen die qua leeftijd een beetje bij mij in de buurt kwamen, waren ouders die hun kroost niet alleen durfden te laten gaan. Er liepen ook ouders rond die zelf de hiphop-fase nog niet waren ontgroeid. Ik ben de hele middag keurig netjes aangesproken met 'u'. Er is mij zes keer gevraagd of ik in het onderwijs werkte. En toen ik zei dat dat niet het geval was, kreeg ik vier keer te horen dat ik dat dan alsnog maar moest gaan doen want ze wilden wel les van mij hebben. Hoe dan ook, ik heb het afgelopen zaterdag geweldig naar mijn zin gehad!

Waar ik bang voor was, gebeurde: ik ben vooral bij de dansbattles geweest en de rest van het festival is mij een beetje ontgaan. Toen ik halverwege de middag kwam, zag ik dat ik Ras Motivated (Surinaamse reggae/dancehall) en PleaSe! (jong hiphopbandje) had gemist. Kalibwoy stond helemaal aan het eind van het festival geprogrammeerd. Dus dook ik de strandtent in, ook al klonk de beat daar wel erg hard. De dansbattle was aan de gang. Twee rijtjes dansers tegenover elkaar, het publiek er om heen, en een presentator met een microfoon met heel veel gezag: als hij zei dat de cirkel groter moest, dan deed iedereen een stapje naar achteren. Als hij zei dat de mensen die rookten aan de buitenkant moesten gaan staan omdat de dansers er last van hadden, dan werden de sigaretten direct gedoofd. Langs de kant zat een jury. Het publiek stond met ernstige gezichten te kijken - als ze ouder zijn, kunnen ze zo op tango. Natuurlijk werd er ook veel gefilmd, waar heb je anders een telefoon voor?

Ik heb geboeid staan kijken. Breakdance, dat is veel gedraai op de grond, van die kromme handstandjes op één arm, achterwaartse salto's, flikflakken, halsbrekende toeren. Maar ook: als een robot bewegen, alsof je lichaam uit allemaal kleine onderdeeltjes bestaat die allemaal apart opdracht krijgen om te bewegen. De stijl van dansen hangt af van de muziek. De dj van de dansbattle zorgde voor lekkere beats en was heel creatief aan de gang met allemaal gekke geluidjes enzo. Misschien vond ik die dj nog wel het leukst, al was het allemaal snoeihard. Het waren hoofdzakelijk jongens die dansten, en die daagden elkaar steeds uit. Als een danser iets spectaculairs deed, wees iedereen er met zijn arm naar – wat ik ook wel logisch vond want met zulke harde muziek had het niet zoveel zin om te klappen of te schreeuwen.

Achteraf hoorde ik dat het om een 'crew-battle' ging. De crew van Groningen heette '1984' met als achterliggende gedachte dat 1984 het jaar van de bijzondere mensen is. De crew van Groningen had ook een vrouw, een Duitse studente. Volgens de hiphopgedachte bestaat een crew uit blank en zwart, Christen en Moslim (man en vrouw, jong en oud?). De bedoeling is dat je in een crew elkaar aanvult: wat jij niet kan, kan een ander juist goed en zo vul je elkaar aan (jaja, denk ik dan, voor een battle neem je toch gewoon de besten?). In Amerika zit je vaak per wijk of straat in een crew, maar Nederland is daarvoor te klein. In Nederland heb je alleen maar officiële battles, en wordt er geoefend op dansscholen; al is een crew niet verbonden aan een dansschool. Ook de battle op het festival was een voorronde voor, uiteindelijk, een battle in New York; de crew van Groningen heeft niet gewonnen. Na het dansen geef je elkaar een hand en is de battle over.

Tussen de battles door waren er dansshows. Ik heb nog wel even gekeken, maar vergeleken met de dansbattles vond ik die shows maar niks; vergelijkbaar met demo's op salsaparty's. Er waren ook nog een paar open battles. De presentator zette op een gegeven moment een cheque van honderddertig euro op de dansvloer, waar om streden moest worden. Dat leverde weer nieuwe, mooie, spannende battles op waaraan zelfs kleine kinderen meededen. Ineens hield de muziek op, ik hoorde niks meer. Het was net alsof ik verdoofd was. Alleen van heel ver hoorde ik nog de beat, maar dat kan ook mijn eigen hart zijn geweest. Ik zweefde naar buiten en ging op een bankje zitten. Heel langzaam keerde de realiteit weer terug. Ik zat op een bankje voor de graffitiwall, af en toe waaide een verflucht mijn kant op. Op de steigers en een trap waren de kunstenaars bezig met hun spuitbussen. In het gras oefenden kinderen breakdance. Een blonde krullenbol ging telkens op zijn hoofd staan en probeerde dan te draaien. Een ander jongentje probeerde handstandjes op één arm.

Vlak voor mij wilde een jochie op zijn armen staan, maar hij rolde telkens om. Zijn moeder zat naast mij. “Nee, jij gaat niet op je hoofd staan, ik heb vanochtend net je haar gewassen!” zei ze. “Wat kun jij goed dansen” zei ik tegen hem. Hij straalde van oor tot oor, in zijn haar zat gras. “Het is ook helemaal niet zo moeilijk, hoor” zei hij trots. Zijn moeder vertelde mij dat er ondertussen in huis al vanalles gesneuveld was “maar nu is ons huis breakdance-proof”. “Zal ik u een turtle-freeze leren?” vroeg hij aan mij. Nou nee, dat moest toch maar niet, “laat die mevrouw met rust!”, het jochie keek teleurgesteld. Even later klaarde zijn gezicht op. “Dan ga ik een helikopter voor u doen” zei hij. Even later zwoegde hij in het gras, ik vond het eerlijk gezegd meer een grasmaaier. “Goed he?” zei hij daarna. “Dat was de beste helikopter die ik in tijden gezien heb” loog ik opgewekt.

Wat mij vooral opviel was dat de jongeren zo ontzettend vriendelijk waren én bleven. Zelfs toen ik tijdens een freestyle-fietsshow vroeg wat 'BMX' betekende. Terwijl dat achteraf gezien toch echt een onnozele vraag was: 'BMX' betekent 'Bicycle Motor Cross', het schijnt een Olympische sport te zijn. Wat wij zagen was de Free Style-variant er van. “Street” zei de ene scholier (met beugel), “flatland” zeiden de anderen (met puisten). Door die discussie misten ze een groot gedeelte van de show. En ook daar waren ze niet kwaad om. Ik miste sowieso die hele fietsshow want ik was een heel stuk kleiner dan die doorgeschoten pubers. 'Park' is met een parcours, weet ik nu, dat hebben mijn neefjes destijds eindeloos op de computer gespeeld maar in het echt wordt dat dus ook gedaan. En dan heb je ook nog een variant in zo'n halve cirkel, in zo'n grote, halve buis. Wat BMX betreft ben ik nu weer helemaal bij.

Om op het festivalterrein te komen, werd ik voor het eerst in mijn leven gefouilleerd. Mijn jaszakken, mijn portemonnee, mijn tasje, alles werd minutieus doorzocht en toen werd mij nog eens recht in het gezicht gevraagd of ik wapens of drugs bij mij had; met mijn degelijke uiterlijk was ik natuurlijk erg verdacht. Die drugs vond ik nog het meest dubieuze. Want op het festivalterrein was alcohol vrij verkrijgbaar, weliswaar alleen voor boven de zestien maar ik zag dat dat in de praktijk weinig voorstelde. Met tenten met open zijkanten werd het rookverbod omzeild; vooral meisjes zag ik roken. Bij een aantal optredens stond ik in een wietlucht. Ook sommige muzikanten stonden te drinken en te roken op het podium. Het ergste vond ik het optreden van Kalibwoy. Hij was bijna een half uur te laat en kwam met een sigaret in de hand het podium op. Hij had een of ander warrig verhaal over dat de politie hem had verhinderd om naar Groningen te komen, volgens mij was hij hartstikke stoned. Na één nummer hield ik het voor gezien en ging ik naar huis; mijn oren verdroegen ook geen geluid meer.

Eerder had ik prachtige muziek gehoord. Het feit dat de teksten vaak grof zijn en dat de geijkte paden worden verlaten wil lang niet altijd zeggen dat er maar wat aan geklungeld wordt. Typhoon en Fresku vond ik echte toppers. Typhoon klonk als reggae waarboven gerapt werd, een wonderlijke combinatie, heerlijke muziek! Fresku viel mij op door zijn serieuze teksten; ik ben alleen naar buiten gelopen omdat ik niet tussen al die gillende pubermeisjes wilde staan. Caribbean Fever viel volledig uit de toon. Op zo'n festival moet je niet met merengue's en cumbia's komen aanzetten. De weinige jongeren die in de tent kwamen kijken, liepen tijdens het optreden weg.

Het hoogtepunt was voor mij eerder die middag. Drie Surinamers op een podium, een dj op de achtergrond, dat was het. Maar ze spatten zo'n beetje van het podium af! Iedereen om mij heen stond mee te zingen, kende de teksten. Ik vroeg aan de jongens om mij heen wie dit waren. Grote, verbaasde ogen. “Keizer en Negativ” zeiden drie jongens tegelijk, dat ik dat niet wist! Mijn mond viel open van verbazing want Keizer & Negativ was nou juist de band met die enorm schunnige teksten. Al verstond ik er nu, in het echt, weinig van. Er werd een klein jongentje van een jaar of acht in een FC Groningenshirt het podium opgehesen. Jeroen heette hij. “Welk nummer wil je meezingen?” vroeg Keizer aan hem. “Maakt niet uit” zei Jeroen. De band wou toen 'Wie is de baas' gaan inzetten, maar Jeroen begon dat nummer al te rappen. Dat jochie kende niet alleen het hele nummer uit zijn hoofd, hij deed er ook alle beweginkjes feilloos bij. Keizer hield een microfoon voor hem en de band zong met Jeroen mee. Keizer & Negativ is dus niet zo maar een flauwekul-bandje, ze zijn echt goed, hun nummers zitten knap in elkaar. Voor mij was dit een hoogtepunt. Het hele weekend zat er één nummer in mijn hoofd, ze hebben dat zaterdag ook gezongen. Uiteindelijk ben ik al die YouTube-filmpjes weer bij langs gegaan om het nummer te vinden. De link staat hieronder, het is echt een juweeltje.

Al met al was dit een leuke kennismaking met hiphop. Maar straks ga ik weer eens luisteren hoe het met Marc Anthony is. En eens kijken of ik nog tangopasjes kan. Terug naar mijn eigen wereld.


Keizer & Negativ
http://www.youtube.com/watch?v=4shfLRKzQrc

De crewfinale van de dansbattle, Militia (rechts) tegen Travasi (links); de derde crew in de finale was de Groninger crew 1984. Militia won. Kijk vooral rond 3'20:
http://www.youtube.com/watch?v=G3CuXw81O8Y
En Militia (links) tegen 1984 (rechts):
http://www.youtube.com/watch?v=Mvnx3Mor-74

Geplaatst door: salsa_and_the_city

New Attraction??!
Vr Jul 08, 2011 2:53 am
[  Stemming: Shocked ]

“New Attraction?” vraag ik verbaasd aan de Latinnet-fotograaf, “moet ík daar iets over schrijven?”. Natuurlijk ken ik het festival wel van horen zeggen, maar het lijkt mij nou echt iets voor jongeren. Bovendien is het al helemaal geen latin. De Latinnet-fotograaf houdt voet bij stuk. “Het is een erg sympathiek festival met een randje latin” zegt hij, “en het is zo ongeveer bij jou in de achtertuin”. Ja, dat laatste hoeft hij mij niet te vertellen. Elk jaar is er één week dat ik mijn vaste hardlooprondje niet kan lopen omdat het stuk bij het Zilvermeer bij Kardinge is afgesloten – vanwege New Attraction.

De afgelopen tijd heb ik mij dus verdiept in New Attraction. Wat voor festival is het eigenlijk? Op de website van New Attraction staat dat het om 'urban arts' gaat. 'Urban' is de straatcultuur van niet-blanke jongeren, aanvankelijk alleen in de Verenigde Staten en nu wereldwijd. Grofweg wordt alles wat met hiphop en rap te maken heeft, 'urban' genoemd. De cultuur is dus ontstaan vanuit de muziek. Bij urban is het uiterlijk vertoon heel belangrijk. Veel blingbling, 'baggy'-broeken en T-shirts. En dat mogen dan niet zomaar de eerste de beste broeken en T-shirts zijn. Vooraanstaande urban-merken zijn Karl Kani, Ecko, G-Unit en Phat Farm.

Het grappige is dat ik New Attraction in eerste instantie een vreemd samenraapsel van vanalles en nog wat vond. Totdat ik in tweede instantie wat meer over hiphop las. Hiphop ontstond dertig, veertig jaar geleden in de Bronx, een arme wijk in New York waar vooral Afro-Amerikanen en Latino's woonden. Hiphop heeft vier kenmerken: DJ-ing (hoe vertaal je dat? Alles wat DJ's met een pickup doen: Creatief met de pickup? De pickup als instrument gebruiken?), breakdance, rappen en 'beatbox' (= R&B) en, heel verrassend, graffiti. 'Beatbox' is vocale percussie: met een microfoon tussen twee handen vlak voor je mond ritmes nadoen. Het is ontstaan doordat mensen geen geld hadden voor instrumenten en die instrumenten gewoon maar zelf gingen nadoen. Voor mijn gevoel is dit vooral een Afrikaanse invloed want de Afrikanen die ik ken kunnen allemaal heel goed geluiden imiteren. Deze vier kenmerken van hiphop zijn allemaal terug te vinden op New Attraction.

Op wikipedia staat over hiphop:
“ Hiphop is bij het grote publiek vooral bekend als muziekstroming, maar voor de leden van de subcultuur gaat hiphop meestal verder dan alleen muziek maken. De samenleving een spiegel voorhouden kan één van de aspecten zijn die hiphoppers naar buiten willen brengen. Verschillende teksten van hiphopnummers zijn daarom een aanklacht tegen de samenleving in het algemeen, of de levenssituatie van de rapper in het bijzonder. Het was mede daardoor dat hiphop een stem kon geven aan een bepaald gedeelte van de Amerikaanse onderklasse. Van oudsher vooral de Afro-Amerikaanse gemeenschap die leefde in de getto's van de Amerikaanse steden, maar later ook aan andere etnische bevolkingsgroepen, en niet langer alleen in de Verenigde Staten. Hiphop werd zo onderdeel van een emancipatiebeweging van de bewoners van de getto's, en deze oorsprong heeft een stempel gedrukt op hiphopcultuur in brede zin.....Veel oudere hiphop-fanaten zijn in de loop der jaren afgehaakt, omdat ze vinden dat hiphop niet meer de vibe heeft die het vroeger bezat”.
Nederlandstalige hiphop wordt 'nederhop' genoemd.

Voor mijn gevoel moet er nog één kenmerk bij vermeld worden, en dat is de battle-cultuur. Want hiphopdansers gaan echt niet één keer per week op een vast tijdstip een uurtje dansen. Hiphoppers dagen elkaar uit voor een battle. Bij een battle staat iedereen, heel Afrikaans, in een kring en moedigt de danser in de cirkel aan. De dansers proberen elkaar te overtreffen. Vaak is er een jury die achteraf bepaalt wie gewonnen heeft. Van deze battle's ben ik prachtige filmpjes tegengekomen op YouTube. Op New Attraction is er een Spin Off Battle.

Van alle onderdelen van de hiphopcultuur kan een battle gemaakt worden. Zo is er op New Attraction ook een Punch Out Battle; ik heb filmpjes op You Tube gezien waarop twee mannen in een kring elkaar staan af te zeiken; in een moordend tempo maar toch verstaanbaar. Er is een battle voor Freestyle Voetbal en kunstjes op zo'n fietsje (BMX). En ook een MC Battle (MC = Master of Ceremonies, de rapper, dus een battle Rappen) en twee battle's voor DJ's: Beat Creator Battle (waarschijnlijk vooral gericht op dingen met de pickup, zoals scratchen?) en Riddim Up: Dancehall & Reggae (waarschijnlijk meer het mixen van met name ritmes?). Voor graffiti-kunstenaars is er de Art Battle.

Helemaal aan het eind vind ik uiteindelijk het 'randje latin'. Want vanuit de hiphop, de reggae en de dancehall ontstond, o.a. in Puerto Rico en de Dominicaanse Republiek, de reggaetón - van alle latin-ritmes mijn favoriet. Reggaetón wordt ook wel de gangsta rap van het Caribisch Gebied genoemd. Op wikipedia staat over reggaetón:
“Reggaeton wordt gekenmerkt door een dwingend, zich herhalend ritme dat Dem Bow wordt genoemd. Dit ritme vindt zijn oorsprong in het gelijknamige nummer van de reggae artiest Shabba Ranks”.
Ik heb natuurlijk direct gekeken of er ook een lekkere reggaetónband naar Groningen komt. De enige band die een beetje in de buurt leek te komen was Caribbean Fever uit Leeuwarden. Maar YouTube-filmpjes overtuigen mij niet, helemaal niet als ik lees dat de groep tot voor kort Fresh Leeuwarden heette. Kalibwoy, die kon nog wel eens met reggaetón komen. Maar ach, er komen ook bandjes met prachtige Surinaamse reggae en dancehall, er komt zo ontzettend veel leuks naar Groningen!

Aanstaande zaterdag is het al zover. Dankzij New Attraction ben ik ineens in contact gekomen met de Marokkaanse jongeren bij mij in de straat. Eentje zit zelf in een band en rapt. Mijn hiphop-nichtje vindt het maar wat leuk om samen met mij naar New Attraction te gaan! Eigenlijk ben ik verrast door alles wat ik ben tegengekomen. De jongeren van deze tijd zijn ontzettend open en willen graag wat vertellen over hun favoriete muziek. “Maar welke artiesten en welke nummers vind je nou dan echt goed?” vraagt mijn nichtje meerdere keren voor de telefoon. Op een gegeven moment biecht ik haar het maar op: de teksten van die Nederlandstalige nummers zijn vaak zó ontzettend grof dat ik ze niet eens durf te noemen. En als je vertaalt wat er in het Engels wordt gezongen, dan sta je ook te knipperen met je ogen. Toch, ondanks dat, zitten er prachtige nummers tussen. En dan zegt mijn nichtje, heel wijs: “Ja, daarom vind ik Engelstalige nummers vaak ook beter, dan hoor je tenminste niet direct wat ze zingen”.

New Attraction is dus een hiphop-festival, voor iedereen!


P.s.: Ik weet weinig tot niets van de hiphopcultuur. Mochten er fouten of onjuistheden in de tekst staan, meld het mij dan!

-0-0-0-0-0-

Meer informatie op de website van New Attraction: http://www.newattraction.com/festival/
En op deze site: http://salsa2.latinnet.nl/salsa_nieuws_article-2149-uinf-urbanartsfestivalnewattractionjulipodiam.html


New Attraction: zaterdag 9 juli vanaf 12.30, bij Kardinge, Groningen
Kaarten in de voorverkoop: 5 euro, bij de ingang: 7, 50 euro

Bands:
Nederlandstalig:
Roelie Vuitton&Abbeye, Keizer & Negativ, Flow&Co, Zware jongenZ, Hef& Grooks, Aisha, Kleine Viezerik, Spotrockers, Typhoon, Fresku (klinkt goed!), Zwart Licht XL(doet een beetje aan rockmuziek denken)
Engelstalig: Dope D.O.D., MC Complex, PleaSe! (een erg leuk bandje!), EJ VonLyrik (ZuidAfrikaanse)
Reggae/Dancehall: Ras Motivated (uit Suriname, leuk!), Laco, Kalibwoy (mijn favoriet)
Latin: Caribbean Fever (als je in een merengue-mood bent, moet je hier heen gaan)
Gelegenheidscombinatie: Crossing Over

Battles: staan in de tekst hierboven
DJ's: Shit is bangin' en DJ Lowpro
Demo's: Bjorn Boes (Freestyle voetbal), Sietse van Berkel (ACT BMX , Freestyle BMX, iets met een fiets), Navid Saleki (ACT BMX, Freestyle BMX), Luv 4 da game (Freestyle Basketbal), Yentl (Breakdance)
Demo's dansgroepen: Jan Postema Demoteam, Da Bombsquad, Dansschool Freestyle, Moyo Tribe, Ultimate Selection Roden, Urban Session, iLL Skill Squad (= dans+theater), TUDC (= The Underground Danceclass Company, de dansschool waar mijn nichtje op zit), Solid Ground Movement (= dé hiphopdansschool uit Amsterdam)[i]

Geplaatst door: salsa_and_the_city

Walton/vanDuinen
Di Jun 07, 2011 4:46 pm
[  Stemming: Angelic ]

Voor iedereen die zich afvraagt hoe Walton/vanDuinen is: Ik heb ze zondagavond horen spelen in de Oude Remise in Nieuwe Schans, op het eindfeest van de kersjestangoschool (La Escuela) en ik vond ze geweldig! Ze speelden twee sessies en beide keren was de dansvloer gevuld en werd er na elk stuk enthousiast geapplaudiseerd. Bekende tango's in eigen arrangementen wisselden eigen, nieuwgeschreven nummers af. Een aantal van die nummers kende ik al, die had ik gehoord op hun website waar je elke maand een nieuwe tango gratis kunt downloaden en waar je de nummers van de voorafgaande maanden tegen betaling kunt downloaden. De hele avond was fris van nieuwigheid. Zelfs de 'gouwe-ouwe' die dj Pedro tussen de sessies door draaide klonken ineens nieuw. De tangoscene van Groningen werd als een kussen even lekker opgeschud.

Ik heb mij bij de muziek van Walton en van Duinen vooral afgevraagd wat ze nou precies deden. Hoe maak je een tango? Wanneer is iets nog een tango en vanaf wanneer niet meer? En in het verlengde daarvan: wat is nog tango in bijvoorbeeld 'neo-tango' of 'tango nuevo'? Welk doorslaggevende element van tango ontbreekt er in 'non-tango' waardoor het geen tango meer is? Kortom: wat ís tango?

Op deze vragen heb ik nog steeds geen antwoord. Maar de zoektocht naar hoe het allemaal zit vind ik minstens zo interessant. Op de website van Walton/vanDuinen staat dat ze op basis van de 'tango-roots' muziek maken. Ze snijden als het ware de tango-plant vlak boven de grond af en kweken op die wortels een nieuwe tango-plant. Maar wat zijn dan de minimale vereisten waaraan iets moet voldoen dat nog de naam 'tango' kan dragen? In de pauze vertelde Gerard van Duinen, de bandoneonist, mij dat ze voor hun nieuwe muziek vooral aan de structuur van de tango blijven vasthouden. De vorm en de ritmische patronen dus.

Over de structuur van een klassieke tango heb ik op het afgelopen winterTangoTaboeCamp een prachtige workshop gevolgd. Ruth uit Engeland zat op haar knieën op de grond en tekende op een groot flap-overpapier de structuur. Ze liet een bekende tango horen en ze volgde daarbij de eerste melodie die ze A noemde. De tweede melodie was B, de derde C, ze werden afwisselend gespeeld. Alle melodietjes duurden elk acht tellen (= twee vierkwartsmaten) en voor elke melodie tekende Ruth een boogje op papier; onder het boogje van melodie A zette ze 'A'. Melodie A werd eerst herhaald, na melodie B werd hij nog een keer gespeeld en weer herhaald en aan het eind van de eerste helf nog een keer. In totaal werd melodie A in de eerste helft van die tango acht keer gespeeld. De tweede helft van die tango was een herhaling van de eerste helft. Dus in totaal kwam melodie A zestien keer voorbij! Aan het eind van de tango stond het hele papier vol met boogjes onder bogen onder hele grote bogen.

Voor mij was deze workshop een openbaring. Ik realiseerde mij ineens waarom ik bij tango zo vaak het idee heb dat ik steeds hetzelfde hoor. Met mijn klassiekemuziek-oren zit ik te wachten op een zogenaamde doorwerking. Want in de klassieke muziek, vooral bij de muziek uit de Klassieke periode (Haydn, Mozart en de vroege Beethoven), hoor je een melodie één keer en dan wordt er iets mee gedaan. Alleen bij één vorm, de zogenaamde rondovorm, wordt een melodie steeds weer op exact dezelfde manier herhaald (de basis-rondovorm is: A-B-A-C-A). Maar de meeste symfonien en pianoconcerten hebben twee thema's, een hoofdthema en een lyrisch tweede thema, en die worden in de doorwerking vervolgens met elkaar vervlochten. Het klinkt misschien gek, maar toen ik mij deze tango-structuur eenmaal realiseerde, kon ik die oude tango's ineens meer waarderen. De laatste tijd betrap ik mij er zelfs op dat ik sommige nummers mooi begin te vinden.

Deze strakke structuur wordt door Walton en van Duinen overgenomen voor hun nieuwe tango's. Alleen vroeg ik mij af wat dat 'improviseren' dan inhield. Want met zo'n strakke structuur heb je geen ruimte om te improviseren. Gerard van Duinen, de bandeonist van Walton/vamDuinen, legde mij uit dat 'improviseren' bij tango betekent: om de melodie heen spelen of een tegenmelodie spelen, maar die tegenmelodie wordt vaak ook uitgeschreven, die wordt haast nooit geïmproviseerd. Voor mij viel er toen weer een kwartje. Want dát hoor ik tango-muzikanten vaak doen: ze spelen om een melodie heen zoals organisten dat vaak doen in een kerkdienst. Een tango-muziekgroep heeft dus geen mogelijkheden om een nummer te rekken als er veel gedanst wordt, of om een nummer in te dikken als er alleen maar geluisterd wordt.

Ik begrijp alleen niet waarom er niet meer op deze structuur gedanst wordt. Bettie had voorafgaand aan het feest een workshop gegeven over 'muzikaliteit'. Ze vertelde mij dat ze aan de hand van twee nummers het had gehad over dansen op de muziek, dansen op de melodie. Nu, achteraf, denk ik dat dat precies is wat ik bij het tangodansen vaak mis. Als je op de melodie danst, dan dans je automatisch op de structuur. Want de meeste melodieën in die oude tango's duren twee maten, acht tellen, en als je je daaraan houdt, dan dans je op de structuur.

Voor mij is mijn klassieke-muziek-achtergrond in dit opzicht een ramp. Want ik hoor in de tangomuziek altijd en overal die eerste tel. Bij salsa heb ik er langer dan een jaar over gedaan om die eerste tel te horen, veel salsa-muziek doorgrond ik ritmisch nog steeds niet. En dan heb ik het nog niet eens over son en contra-tiempo-dansen. In het salsacircuit dansen de meeste mannen op de eerste tel. Als je dat niet doet, kun je wel inpakken.

Bij tango vinden de meeste dansers die ik ken van zichzelf dat ze 'in de maat' dansen. Maar haast alle mannen in Groningen, ook de mannen waarmee ik niet dans, beginnen gewoon doodleuk ergens te dansen en dansen door alle maten en structuren heen. Figuren worden rustig op de zevende tel ingezet, op het eindaccoord ben je nog ergens halverwege een ocho, op een derde tel is er ineens een afsluiting. Ik vind dat afschuwelijk en het maakt het volgen voor mij ook moeilijk. Want de muziek zegt het ene en de man waarmee ik dans wil het andere. Op het winterTangoTaboeCamp leerde Ruth ons een trucje om je leider te dwingen om op de eerste tel te beginnen. Die truc bestond eruit dat je als volger op eigen initiatief op de zevende tel met links een zijpas maakt. Automatisch sluit je op de achtste tel dan aan. En dan mag de leider vanaf de eerste tel weer zijn of haar gang gaan. Ik heb alleen nog niet genoeg lef verzameld om dat hier in Groningen te gaan doen; ik ben bang dat ik dan geen danspartners meer overhou. Op het winterTangoTaboCamp was dat trouwens niet heel erg nodig want daar dansten mijn danspartners meestal op de eerste tel.

Het was in elk geval heerlijk dansen op de muziek van Walton/vanDuinen. Af en toe maakten ze ook grapjes, bijvoorbeeld door na het slotaccoord nóg een accoord te spelen. Dan sta je al helemaal in de 'dramatische eindpose' en dan hoor je als anti-climax nóg een accoord. En dan zie je de heren op het podium zitten met een brede grijns op hun gezicht. Mirek Walton deed trouwens iets dat ik erg knap vond: hij speelde eerst de melodie en nam die tegelijk op (hij bediende dat paneeltje voor hem op de grond met zijn voet) en speelde het daarna af waarbij hij tegelijk de tegenmelodie speelde. Het was ook voor het eerst dat ik de bandoneon in de begeleiding hoorde spelen. Ook het begin van hun optreden vond ik erg sterk. Toen ze begonnen met spelen bleef iedereen afwachtend langs de kant staan. Na een paar maten stopten de muzikanten. “Waarom dansen jullie niet?” vroeg bandoneonist van Duinen. Toen stroomde de dansvloer vol en bleef dat ook. Het was feest in Nieuwe-Schans! Ondanks dat de avond met een enorme hoosbui en veel donder en bliksem was begonnen.

Het meest bijzondere zat voor mij in het staartje van de avond. Ik had mijn schoenen al verwisseld en zocht, klossend op mijn Dr. Adam's, mijn spullen bij elkaar toen Iván mij ten dans vroeg. Iván van de Argentijnse Tangoclub, de danspartner van Petra, een Chileen. Al tegensputterend over dat ik niet mijn tangoschoenen aan had en dat ik met de Techneut mee reed en dat die waarschijnlijk op mij stond te wachten schoof ik in de close embrace. Toen begon de magie, alles gebeurde daarna vanzelf. Ik raakte stoelen, tafels, mensen, Iván botste achterwaarts tegen zo'n pilaar, maar zelfs al zou het gebouw om ons heen zijn ingestort, dan nog zouden we zijn blijven dansen. Het was een groot gevoel van noodzakelijkheid waaraan ik mij niet kon onttrekken. Na die tijd stond ik dat kleine mannetje met bril even verbouwereerd aan te kijken. En voelde mij zéér vereerd! Mijn eerste tango met een Zuid-Amerikaan!
En wat Walton/vanDuinen betreft: ik hoop dat ze snel (binnenkort?) in Groningen zijn te horen!


-0-0-0-0-
De site van Walton/vanDuinen:
http://www.waltonvanduinen.nl/

En iemand heeft zondag een filmpje gemaakt en op You Tube gezet (op dit filmpje is trouwens ook heel mooi te zien hoe Mirek het paneeltje voor hem met zijn voet bediend - leuk!):
http://www.youtube.com/watch?v=-KaViVjiQe8

Geplaatst door: salsa_and_the_city

Milonga Crash!
Za Jun 04, 2011 11:40 pm
[  Stemming: Happy ]

Begin april nam ik in Nieuwe Schans het nieuwste foldertje mee dat Bettie op de tafels had gelegd. Het waren foldertjes van haar eindfeest, ergens in juni. “Vorig jaar speelde Carel Kraayenhof op het eindfeest” vertelde de Techneut mij toen. Eenmaal thuis bekeek ik het foldertje goed. Walton/van Duinen zou optreden. Ik had er nog nooit van gehoord, maar dat zei niks; ik heb van zoveel namen in de tango nog nooit gehoord. Ik ben gewoon iemand die nog heel veel te ontdekken heeft. Wat die Walton/van Duinen betreft: ik viel weer met m'n neus in de boter!

Ik begon met googlen en pikte er als eerste een filmpje uit. Milonga Crash! heette het filmpje, volgens de titel een mini-documentaire. Direct bij de eerste beelden zat ik ineens rechtop achter m'n computer. Halfdonkere beelden van een man die door een halletje ergens naar binnen gaat. Ik kénde dat halletje! Het is het halletje van de TangoTaboelocatie in Austerlitz! De hal waar ik van 't winter een paar keer per dag mijn schoenen verwisselde! En waar ik mijn muts heb laten liggen. De man wordt binnen begroet door Paras die zo te zien van niks weet. “We komen voor een Milonga Crash!“ zegt de man tegen Paras, op de toon van een beleefde bankovervaller. “Méén je dat?” vraagt Paras verbaasd, en haar hele gezicht begint te lachen, “wat gááf!”.

Vervolgens installeren twee muzikanten zich, een gitarist en een bandoneonist. Voor ze beginnen te spelen spreken ze het publiek toe en stellen ze zich voor. Gerard van Duinen speelt bandoneon en Mirak Walton is de gitarist. Ze zeggen dat er voor hun gevoel in Nederland te weinig live-muziek op de salons is en dat zij daar zij iets aan gaan doen. Nou, bij Paul en Paras zijn ze aan het goede adres, het Taboe-publiek geeft ze een daverend applaus! Op elk TangoTaboeCamp wordt de live-muziek ontzettend gestimuleerd. Dit jaar is er naast het ZomerTangoTaboeCamp zelfs een apart TangoMuziekCamp en zal er op het TaboeCamp elke avond live-muziek zijn! Dan beginnen de muzikanten te spelen, ritmisch en weemoedig, onmiskenbaar tango, en zie ik mensen dansen. Het is de salon van eind januari, de reünie van het winterTangoTaboeCamp en het eerste Taboe2Chill-weekend. Ik zie allemaal bekende mensen en mis ineens alles en iedereen.

Na dit filmpje vond ik op internet een artikel van Gerard van Duinen, de bandoneonist, dat in de Cadena heeft gestaan (Cadena winter 2011; de Cadena is hét tangoblad van Nederland). Muzikanten komen van Mars, dansers van Venus heet het artikel. In het artikel vraagt van Duinen zich af waarom er steeds minder live-muziek in de salons is. In Nederland zijn er nu meer dansgelegenheden dan ooit, ook zijn er nu veel meer muzikanten. Toch is er weinig live-muziek, en de animo daarvoor neemt gestaag af.

Van Duinen analyseert vervolgens het probleem. Voor een organisator zijn muzikanten veel duurder dan een dj. Bovendien houden niet alle dansers van live-muziek, dus is er ook nog het risico dat bij live-muziek een aantal dansers niet komt. Veel dansers zijn namelijk gewend aan de muziek uit de gouden jaren van de tango en dj's zoeken daar ook nog eens het mooiste van het mooiste uit. Van Duinen: “Ze draaien platen van de meest fantastische orkesten die ooit gespeeld hebben. Ongeëvenaarde opnames die we allemaal al duizend keer gehoord hebben, maar die ons elke salon toch direct weer de vloer op trekken”. Volgens van Duinen kunnen muzikanten daar nooit tegen op, al helemaal niet als ze die nummers gaan naspelen. Ze herhalen dan de muziek van de cd, maar lang niet zo goed. De meeste groepen zijn zo druk met het naspelen van deze tango's dat ze helemaal niet meer toekomen aan het ontwikkelen van een eigen stijl en aan eigen muziek. Maar hoelang gaat dit nog door? Van Duinen: “We kunnen toch niet altijd maar de platen uit 1947 blijven recyclen?”.

Daarnaast signaleert van Duinen een kloof tussen muzikanten en dansers wat betreft het begrip 'dansbaar'. Muzikanten vinden vaak iets 'dansbaar' terwijl dansers dan en masse van de dansvloer af gaan. Andersom gaan dansers van bepaalde nummers uit hun dak wat muzikanten dan weer niet snappen. Van Duinen heeft hier geen kant-en-klare oplossing voor. Hij roept muzikanten op om meer te investeren in dansbaar repertoire. Dansers zouden open moeten staan voor experimenten, en als je kunt kiezen uit verschillende milonga's, kies dan voor de milonga met live-muziek. Organisatoren zouden meer live-muziek moeten regelen, en vooral groepen uitnodigen die niet alleen maar tango-klassiekers spelen. Dj's kunnen ook een bijdrage leveren door meer nieuwe muziek te draaien. En dan komt de Milonga Crash. Van Duinen neemt namelijk zelf het voortouw: “Samen met gitarist Mirek Walton ga ik de komende maanden onaangekondigd de salons binnenvallen. Nodigen jullie ons niet uit om te komen spelen? Dan nodigen we onszelf wel uit, voor een kort optreden met voornamelijk eigen nummers. We willen dan ook graag de discussie met de aanwezige dansers aangaan”.

Dit hele betoog is mij uit het hart gegrepen: Er gaat niets boven live-muziek! En nieuwe tango vind ik vaak prachtig. Ik kan er níet bij dat er dansers zijn die liever een cd horen dan live-muziek. Vorige week, op de Lentematinee, zat ik naast een vrouw die chagarijnig voor zich uit keek. Ze wist niet dat er live-muziek zou zijn. “Als ik dit geweten had, dan was ik niet gekomen” zei ze narrig tegen mij, “ik kan hier niet op dansen”. Terwijl live-muziek mij juist over de streep trekt. Met Carel Kraayenhof hoorde ik voor het eerst een bandoneon in het echt, dat geluid is door geen cd te vervangen!

Walton/vanDuinen beperken zich niet alleen tot de Milonga Crash. Op hun site staat elke maand een nieuwe tango die je gratis kunt downloaden. Ik wacht op het moment dat ik zo'n nummer hoor op een salon hier in Groningen. Van Duinen stelt namelijk twee dingen voor die hier revolutionair zijn: live-muziek en nieuwe tango's, liefst allebei tegelijk. Terwijl in Groningen een salon met één van de twee al heel wat is. Een Milonga Crash in Groningen is waarschijnlijk dan ook geen goed idee. Ik ben bang dat er dan zelfs dansers boos zullen weglopen. Die zullen dan al helemaal geen zin hebben in een discussie over dit onderwerp, ondanks dat Walton/vanDuinen vorig jaar twee belangrijke compositieprijzen wonnen (Walton won de Choclo voor nieuwe dansbare tango, Van Duinen won met La Maca de Tango Music Award in Stuttgart).

Het mooiste van het artikel van van Duinen vind ik de titel: Muzikanten komen van Mars, dansers van Venus. In het ideale geval vormen de muziek en de danser een huwelijk waarin de partners elkaar in het beste geval tot grote hoogten opstuwen, maar waarin het ook een kwestie is van geven en nemen. Van Duinen schetst de situatie dat de beide huwelijkspartners uit elkaar zijn gegroeid. Zij houdt vast aan partners uit het verleden, hij probeert die partners na te apen en verliest daarin zichzelf. Doordat zij vasthoudt aan het verleden, ontgaat haar het heden. Doordat hij anderen imiteert, verliest hij zijn authenticiteit. Zo dreigen ze elkaar en zichzelf te verliezen, terwijl ze ooit, uit liefde, voor elkaar hebben kozen. De Milonga Crash is de relatietherapie die de beide partners weer met elkaar in gesprek moet brengen. Van Duinen streeft er naar dat in 2015 op één op de tien salons in Nederland live muziek wordt gespeeld.

Aanstaande zondag 5 juni zijn Walton/vanDuinen te horen in De Oude Remise in Nieuwe Schans.


-0-0-0-0-
De website van Walton/vanDuinen:
http://www.waltonvanduinen.nl/index.html


Het filmpje met de MilongaCrash:
http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=7RwTEJlfGcw

De website van Bettie:
http://www.laescuela.nl/

Geplaatst door: salsa_and_the_city

“Tango is a process of rebirthing” - Trio Fulanos de Tal
Do Jun 02, 2011 2:37 pm
[  Stemming: Happy ]
[ Listening to Fulanos de Tal, een walsje (zie link onder) Momenteel: Listening to Fulanos de Tal, een walsje (zie link onder) ]
Ze kennen elkaar van het conservatorium in Buenos Aires, Leonardo Trejo, Alejo de los Reyes en Leandro Medera. Daar studeerden ze alle drie klassiek gitaar. Leonardo studeerde bovendien ook nog compositie. Ze zijn dus gepokt en gemazeld met de muziek van Bach en Beethoven. Inmiddels zijn ze alle drie afgestudeerd en geven ze les op een middelbare school en privéles. Leonardo componeert daarnaast. Hij maakt voor het trio de arrangementen, en heel af en toe componeert hij een tango.

Op de meeste conservatoria in West-Europa staat de tango op het programma als een verplicht uitstapje, iets waarmee muziekstudenten kennis moeten maken als onderdeel van hun muzikale vorming. Maar in Argentinië is dat niet nodig. Want elke Argentijn krijgt de tango met de paplepel ingegoten en groeit met de muziek op. Tango voelt daar als een tweede natuur. Dus als Argentijnse klassieke musici tango gaan spelen, komen ze thuis. “Of course” zegt Alejo, “that's our culture”.

Leonardo, Leandro en nog een derde gitarist begonnen drie jaar geleden een gitaartrio. 'Fulanos de Tal' noemden ze het. “The name, that's a philosofer's problem” legt Leandro uit. 'Fulanos de tal' betekent zoiets als 'iemand', en dan vooral in de betekenis van 'het doet er niet toe wie'. Voor die naam is gekozen om te benadrukken dat de naam niet belangrijk is maar dat het gaat om de muziek die ze spelen. Fulanos de tal is slechts de boodschapper, het gaat om de tango. Toen een half jaar geleden de derde gitarist het trio verliet, kwam Alejo erbij.

Fulanos de Tal laat zich vooral inspireren door de bekende “orquestas típicas”, de tangobands van elf instrumenten die populair waren in de jaren veertig van de vorige eeuw, de zogenaamde gouden jaren van de tango. Ze spelen oude tango's in eigen arrangementen, tango's uit de jaren twintig tot veertig van de vorige eeuw. “This music” zegt Leandro tijdens het interview als dj Bartolito draait. Hun grote helden zijn Biagi, Di Sarli, Troilo en Pugliese. Ze kiezen bewust voor de muziek uit dit tijdvak, ze spelen dus geen Piazzolla. “Just tango” zegt Leandro. Wat ze spelen willen ze ook geen 'tango nuevo' noemen. Want ook al zijn hun arrangementen nieuw, de tango zelf is oud. Voor hen is tango van alle tijden. “Tango is a process of rebirthing” zegt Alejo. Tango groeit met alle tijden mee, past zich aan alle situaties aan en vernieuwt zich voortdurend, “straight tango”.

Wat bij het optreden opvalt, is dat er niet van blad wordt gespeeld. Nadat het arrangement is gemaakt, wordt het ingestudeerd en uit het hoofd geleerd. Net als solisten in de klassieke muziek speelt het trio alles uit het hoofd. Alejo legt uit dat er een minieme ruimte open is gelaten om te improviseren, “but that is not the same as in the jazz”. Het is als bij de beroemde tango-orkesten waarbij het praktisch gezien niet mogelijk was om met zoveel mensen te improviseren. Het is ook net als bij klassieke muziek waarbij je je vooral aan de partituur moet houden om de muziek maximaal tot zijn recht te laten komen - Fulanos de Tal.

Het trio speelt veel op milonga's in Argentinië. Via persoonlijke contacten kregen ze uitnodigingen om overal op te treden. Al vrij snel volgden er tournees door Europa. Gemiddeld duurt een tournee anderhalve maand en doorkruizen ze heel West-Europa. Voorafgaand aan hun optreden in Groningen speelden ze al in Gouda, Amsterdam en Utrecht. Tijdens hun tournees staan hun muzieklessen in Argentinië stil. “Maar jullie leerlingen dan” vraag ik verbaasd, “krijgen die anderhalve maand geen les?”. Nee, die krijgen anderhalve maand geen les. “At this moment this is our work” zegt Leandro.

Gistermiddag werd het trio voor één keer omgedoopt in Trio Astarita. Want hoewel de STAG Lentematinee zelf georganiseerd werd door de STAG (Stichting Tango Argentino Groningen) droegen Petra en Iván van de Argentijnse Tangoclub dit trio voor. Astarita is namelijk de familienaam van één van de leden van het trio (Alejo). Zijn grootvader heette Gaspar Astarita. In een tijd dat de tango dood leek, bleef die grootvader schrijven over de tango en de tango promoten. Hij werd daarmee een belangrijke figuur binnen de tangowereld in Argentinië. Iván kent de familie en was op de hoogte van het trio. Petra en Iván sponsorden het optreden op de STAG Lentematinee.

Het trio heeft ondertussen al aardig wat gezien van ons land. “A beautiful country” vindt Leandro. Ze zijn heel erg verbaasd over het hoge niveau van dansen in Nederland. “The people dance very, very well!” zegt Alejo hoofdschuddend. Hij vertelt dat er ook landen waren waar hij na afloop van hun optreden danste met mensen die amper tango dansten. Ook de gang van zaken op een tangosalon verbaast hen niet. “For the Netherlands” zegt Leandro, “tango is a new culture. For Argentina it is old. That's the difference”. Hij zegt dat het normaal is dat vanuit de tangoscene in Nederland naar Argentinië wordt gekeken en dat Argentinië in dat opzicht maatgevend lijkt te zijn. Net zoals voor veel andere dingen vanuit Argentinië naar Europa wordt gekeken. Voor de tangoscene in Groningen was het in elk geval een aangename kennismaking met de herboren tango uit Argentinië!


Met dank aan Joost Brunsting, voorzitter van het STAG


-0-0-0-0-0-

Aanvulling van Iván:
Meer info over Caspar Astarita, de grootvader van Alejo:

Astarita was de oprichter van het beste tangotijdschrift aller tijden, ´Tango y Lunfardo´. Helaas stierf hij enkele jaren geleden. Naast deze activiteit had hij een radioprogramma over de tango en gaf hij lezingen.
Astarita geldt nog steeds als een van de grote promotors van de tango vanwege zijn kennis en de betrouwbaarheid van de kennis die hij overdroeg.
Als eerbetoon aan hem noemen wij al heel lang een van onze dansgroepen ´Astarita´.


-0-0-0-0-0-0-
Een bezoekje aan de site van de Argentijnse Tangoclub van Iván en Petra is erg de moeite waard!
http://www.tangoargentinoclub.nl/tcw/


-0-0-0-0-0-0-
Het Trio Fulanos de Tal in de oude bezetting, met een prachtig walsje:
http://youtu.be/EtXdvKhZibo

Geplaatst door: salsa_and_the_city

LenteMatinee
Ma Mei 30, 2011 3:38 am
[  Stemming: Happy ]
[ Listening to Luís Enrique, Yo No Se Mañana Momenteel: Listening to Luís Enrique, Yo No Se Mañana ]
Het mailtje was verzonden voor ik mij goed en wel realiseerde wat ik gedaan had. Een mailtje aan de voorzitter van de Stichting Tango Argentina Groningen of ik dat Argentijnse tangotrio mocht interviewen dat op de Lentematinee zou spelen. Ik had geen flauw idee om wat voor trio het ging. Bij nader inzien bleek er niets over het trio op internet te vinden te zijn. Ja, en wat weet ik nou helemaal van tango?

Bij tango heb je mensen, meestal mannen, die echt alles weten van één onderdeel van de tango. Toen ik nog maar net tango danste heb ik met een man gedanst die een heel bestand op zijn computer had aangelegd van alle tango-figuren met hun Spaanse naam, de Nederlandse vertaling en een link naar een filmpje waarin dat figuur te zien was. Tijdens het dansen noemde hij de namen van alle figuren die hij aangaf. Als ik het fout deed, zei hij: “Je deed een X en ik bedoelde een Y”. Ik hoefde eigenlijk niks te doen want hij duwde mij gewoon alle figuren in (en ik moest maar zien hoe ik er weer uit kwam). Op die manier had hij al vijf danspartners versleten, ik hield het na twee nummers voor gezien.
Binnen de tangoscene heb je aardig wat van deze mannen. Mannen die alles weten van Pugliese of het GOTAN-project, die thuis een wand vol muziek hebben en die precies weten waar de cd staat die ze zoeken. Alleen schrijven deze mannen, bij mijn weten, geen stukjes. Daarom doe ik het, ook al weet ik van geen enkel onderdeel van de tango wat. Tot overmaat van ramp vond de STAG-voorzitter mijn voorstel voor een interview een goed idee. Al kon ook hij niet zo veel over het trio zeggen. “Ze schijnen dansbare muziek te spelen” zei hij. Wat weer een hele geruststelling was.

Met klamme handen reed ik gistermiddag naar de meubelboulevard: Wéér een interview over iets waar ik geen verstand van heb. En ik had ondertussen wel al weer wat pasjes op de tangodansvloer gezet, maar na Oscar D'León was het hele tangogevoel weggevaagd. Onderweg naar café Lent kwam ik ook nog eens drie salsadansers tegen, ze waren allemaal moe, vooral, hoe onvoorstelbaar, de penningmeester van het SalsaPlatform. In café Lent ging ik langs de kant zitten om te acclamatiseren, om aan de tango en aan de mensen te wennen. Het was ontzettend druk. Ik was niet van plan om te dansen. Salsa en tango zijn twee totaal verschillende werelden. Het is heel goed mogelijk om na de tango salsa te gaan dansen. Maar het is moeilijk om vanuit de salsa naar de tango te gaan. De energie is anders; alles wat je er bij de salsa uitgooit, hou je bij de tango binnenboord. En ik had zo'n zin in salsa, vooral nu ik heb ontdekt hoe dat nummer heet dat dj El Hurucán del Ritmo zo vaak draait (Luís Enrique, Yo No Se Mañana). Ik zat met bewondering naar de prachtige jurken te kijken en de mooie schoenen die voorbij kwamen. Dj Bartolito draaide, en ondanks mijn salsamood vond ik dat hij mooie muziek draaide.

Het optreden van het gitaartrio vond ik geweldig. Ik had al eerder ontdekt dat ik die oude tango's in een gitaaruitvoering vaak ontzettend mooi vind (Esteban Morgado!). En hier werd ook af en toe nog bij gezongen. Het was gepassioneerd, op sommige momenten was het technisch briljant en de zang deed mij af en toe aan Portugese fado denken. Ondertussen zat ik naar die Argentijnen te kijken. Het waren drie jonge knullen van nog geen dertig, schat ik. Ze waren alle drie ongeveer even groot en twee leken erg op elkaar: allebei half-lang zwart haar en zo'n Jezus-gezicht. 'Die ga ik niet uit elkaar houden' wist ik direct. Maar door hun live-muziek was ik ineens omgeschakeld naar de tango. Niet veel later zwierde ik over de dansvloer.

Het was zó vol in dat café dat ik op een gegeven moment zat te kijken wáár ik de drie zou moeten interviewen. Mijn tangoprins kwam met een oplossing: als we de bank een beetje opzij schoven, dan kon ik de trap af, de (meubel)winkel in en een prachtig bankstel uitzoeken. Ik kreeg haast een hartverlamming van schrik. “Ben je gek?” zei ik geschrokken, “ik kan toch niet zo maar die winkel in? “. Maar volgens mijn tangoprins kon dat best. Ook de STAG-voorzitter wuifde met zijn hand alle bezwaren weg. “Doe maar” zei hij. Mijn tangoprins had intussen alle mensen van de bank gejaagd en de bank verplaatst – hij stond tot aan het einde van de salon aan mensen uit te leggen waar hun schoenen of tassen waren gebleven en waarom hij daar aan had gezeten.

“Ga maar vast even beneden kijken waar je gaat zitten” zei hij. Ik liep de trap af en liep door de grote ruimte. Overal stonden inderdaad banken en stoelen, maar overal hing een prijskaartje aan. Op sommige banken stond een groot bord met de vermelding dat dat een speciale aanbieding was. En hier moest ik gaan zitten met drie Argentijnen, ik kreeg er spontaan de slappe lach van. Eenmaal weer boven vroeg mijn tangoprins of ik een goede plek had gevonden. “Ja” zei ik bedrukt “maar overal hangen prijskaartjes aan”. Mijn tangoprins begon te lachen: “Nou en?” zei hij, “je zoekt gewoon de duurste uit”.

Iwan (van Petra & Iwan) kwam uiteindelijk met de meest praktische oplossing: hij regelde op dat balkonnetje waar toch al twee van de drie Argentijnen zaten te eten, de bank er tegenover door daar zelf te gaan zitten. Toen ik daar heen liep, stond hij zijn plaats aan mij af. Mijn tangoprins zette toen maar zo'n blok voor de trap om te voorkomen dat er mensen de trap af zouden lopen, de winkel in. En ik begon aan mijn interview.

Ik verwachtte een vrij knullig interview. Ik had geen enkele informatie vooraf, ik moest zelfs beginnen met te vragen of ze hun namen wilden spellen en waar ze op internet te vinden waren. Bovendien sprak één geen Engels en één vrij gebrekkig. En mijn Engels is ook niet echt geweldig, dus in dat opzicht pasten we goed bij elkaar. Maar toen we het eenmaal over de muziek hadden, ging het eigenlijk vanzelf. Want alle drie hadden klassiek gitaar gestudeerd, en ik, met mijn klassieke muziek-achtergrond, ik begreep waar ze het over hadden. 'Fulanos de Tal' is de naam van hun trio. Het betekent zoveel als 'iemand, het doet er niet toe wie'. Daarmee drukken ze uit dat het niet om de uitvoerders gaat maar om de muziek. Elke keer weer als ik met klassieke muziek bezig ben geweest, als ik weer orgel heb gespeeld, dan wringt voor mij daar de schoen. Want dan speel ik muziek van Bach en Böhm en Sweelinck en dat is allemaal prachtig, maar waar blijf ikzelf? “Ik zit altijd muziek van anderen te spelen” heb ik wel eens gefrustreerd uitgeroepen. Fulanos de Tal speelt dus tango op een klassieke-muziek-manier. Ze arrangeren die oude tango's uit de eerste helft van de vorige eeuw (de zogenaamde gouden jaren van de tango) en dat spelen ze.

Het werd een interessant gesprek dat boven het hampelige Engels uitsteeg. Al gebeurde uiteindelijk wel waar ik bang voor was: ik haalde al die Argentijnen door elkaar. Nou ja, ik weet in het interview gelukkig nog wel precies wie wat heeft gezegd. Uiteindelijk kon ik eentje wel onderscheiden, vooral omdat hij niet danste, nou ja, dat was gemakkelijk, die stond gewoon voor de bar. Maar die andere twee, geen idee. En ik kreeg weer de bevestiging dat ik een gemankeerde tango-danser ben. Want dan zíjn er Argentijnen, maar dan hoef ik daar niet zo nodig mee te dansen. Ik vond ze heel erg aardig en vooral heel erg lief, en na zo'n constatering ga ik over tot de orde van de dag. Ik heb niets met Argentinië. Wat ik na gistermiddag vooral ga missen is hun muziek.


-0-0-0-0-0-0-
Volgens mij zijn dit ze, in de oude bezetting (die kale was er gisteren in elk geval niet bij, of hij heeft zijn haar laten groeien, dat kan natuurlijk ook):
http://www.youtube.com/watch?v=oGHl-nqn9_s

En een prachtig walsje:
http://youtu.be/EtXdvKhZibo

Geplaatst door: salsa_and_the_city

The Day After
Vr Mei 27, 2011 6:34 pm
[  Stemming: Angelic ]

Oscar de León was gisteravond in Groningen – en dat hebben we geweten! Het zinderde in de Oosterpoort! “Kippenvel”, “ik heb staan huilen” en “ik ben nog steeds niet terug op aarde” zijn zo maar een paar reacties die ik na afloop hoorde. Oscar de León maakte alle verwachtingen waar. Zijn optreden duurde met toegift en al haast twee uur. Tijdens het optreden nam De León ruim de tijd om op het podium te dollen, om met het publiek te spelen en om bandleden in het zonnetje te zetten. Voor Oscar De León was dit het eerste optreden van een tournee door Europa van drie maanden. Vanavond staat hij in Eindhoven, morgenavond in Amsterdam, en dan gaat het Europa in. Voor hem is de kop er nu dus vanaf. En voor de Groningers is het vandaag the day after. Een dag om na te genieten, om foto's te bekijken en om naar muziek van Oscar De León te luisteren.

De kleine zaal van de Oosterpoort stroomde gisteravond langzaam vol. Helemaal uitverkocht was het volgens mij niet, maar het was wel gezellig druk. Het was één grote ontmoeting van de salsascene in Groningen, aangevuld met Latino's van elders. Officieel zou het concert om half negen beginnen, maar dat werd later. Erg was dat niet want er werd heerlijke salsamuziek gedraaid. Ik zocht een plekje ergens halverwege, naast de trap. Achter mij zaten mensen die mijn vorige column over Oscar De León zaten te bespreken. Toen de band eenmaal op het podium stond en Oscar De León opkwam, was het net of er een mechaniekje in de stoelen zat, want iedereen ging ineens staan. Ik wist niet hoe snel ik naar dat podium moest! Met achterlating van al mijn spullen, die ik na afloop allemaal weer bij elkaar moest zoeken. En hoe gaat dat bij mij met live muziek: ik begin altijd keurig netjes ergens achteraan en sta in no time voor bij het podium. Ik stond op een gegeven moment in een ware Blackberry-kolonie, tussen mensen die allemaal stonden te filmen en te fotograferen en die elkaar daarna het resultaat lieten zien – volgens mij voornamelijk Venezolaanse en Colombiaanse vrouwen die gelukkig allemaal lekker klein waren. En die heel hard stonden mee te zingen.

Het eerste nummer was meteen raak: Llorarás. En dan dat geluid!! Een lekkere salsaband, met drie trompetten en drie trombones, en dat geluid dat over je heen golfde! Ik werd alleen al van dat geluid dronken! Oscar De León kwam op in pak, maar al heel gauw ging dat jasje uit, de stropdas af, de bovenste knoopjes van z'n blouse gingen los en de mouwen werden opgerold. Ik heb met bewondering naar die man staan kijken. Hij heeft vier hartaanvallen overleefd, waarvan eentje (in 2003) op het podium, hij is inmiddels al bijna zeventig, maar als je hem ziet, met die sexy kale kop (je zou alle mannen die 'lijden onder hun kaalheid' verplicht naar een concert van Oscar De León sturen!) en hem zo'n hele show ziet doen, dan lijkt hij niet echt op een bejaarde hartpatiënt. Hij is trouwens maar een paar jaar jonger dan mijn vader, maar die zie ik nog niet snel zo op het podium rondspringen. Ik las ergens dat Oscar De León in een live-uitzending op de Japanse televisie de presentator en het publiek schokte door de seksuele daad aan te bevelen als gezondheidsbevorderend.

Halverwege het optreden kwam zijn dochter op, ze maakte haar debuut als danser en als zanger. Ik zag haar al vanaf het begin in de coulissen staan. Ik vond het vooral vertederend hoe Oscar De León naar zijn dochter stond te kijken en hoe die twee op het podium met elkaar omgingen. Ik kan niet zeggen hoe ze zingt, ondanks dat ik maar zo'n twee meter van haar af stond. Het geluid was zó slecht ingesteld dat ik eigenlijk alleen maar de bas hoorde. Op een gegeven moment begon ik het die bassist zelfs kwalijk te nemen. 'Hou toch eens op met die herrie' dacht ik. Het is erg frustrerend om iemand wél te zien zingen maar het niet te horen. Oscar De León stond ook steeds aan z'n oortje te frunniken en met z'n rechterarm te wenken. Dan zag ik iemand in de coulissen zich weer over het mengpaneel buigen, maar veel veranderde er niet. Dat was wel treurig: dan komt er een band van wereldformaat en dan doet de technicus z'n werk niet goed; die verpestte het voor iedereen.

Later hoorde ik dat die andere mooie man op het podium een zoon van Oscar De León is. Die liet zich op een gegeven moment zo'n beetje uitkleden op het podium. Een van de latina's naast mij knoopte knoopje voor knoopje zijn overhemd los. Toen die uit was, kwam er een prachtige torso te voorschijn, in zo'n strak hemdje waar latino-mannen een abonnement op lijken te hebben. De volgende keer wil ik ook wel dat overhemd losknopen (en meer...).

Het irritante is dat ik tot voor kort geen enkel nummer van Oscar De León kon opnoemen. Ik kende wel zijn naam, maar daar bleef het dan ook bij. Totdat ik op You Tube ging kijken. Toen bleek dat ik veel nummers van Oscar de León ooit wel eens, ergens, heb gehoord. Jaren geleden heb ik daar al een column aan gewijd: aan het feit dat ik avond aan avond salsa danste maar dat ik werkelijk geen flauw idee had op welke muziek ik danste. In Groningen is het heel normaal dat dj's niks aankondigen. Als je een nummer heel erg mooi vindt, kun je naar de dj stappen en hem vragen hoe het nummer heet. Maar hoe vaak doe je dat in de praktijk? Als je lekker aan het dansen bent, dan laat je je danspartner niet op de vloer staan om even naar de dj te hollen. Gisteravond herkende ik veel nummers die gespeeld werden. Maar op Llorarás na kan ik niet zeggen wat ik heb gehoord. Nou ja, het nummer dat speciaal voor de Colombianen werd gezongen heb ik inmiddels opgezocht: Me voy pa Cali (met als refrein 'Cali, Cali, Cali'). Cali is de derde stad van Colombia, het centrum van de drugswereld en de familie Escobar.

Ik heb altijd gedacht dat dit míjn manco was, maar nu ontdek ik dat heel veel mensen in het salsacircuit niet weten op wat voor muziek ze dansen. Op de SalsaPlatform-avond van afgelopen woensdag heb ik een aantal mensen op het hart gedrukt om toch vooral naar Oscar De León te gaan. Ik moest uitleggen wie Oscar De León is, ik moest er bij vertellen dat Oscar De León een wereldster is, de salsakoning, een legende, en dat hij met een hele salsaband zou komen en dat het echt een kwestie was van 'once in a lifetime'. Gelukkig heb ik een aantal van die dansers gisteren in de Oosterpoort gezien. Maar raar is dat natuurlijk wel. Sommige salsadansers denken ook met een kronkel. Zo zei eentje tegen mij dat de LatinDancenNight goedkoper was: “Want dan zijn er vijf bands en dan zijn er ook nog demo's”. Een ander vertelde mij dat ze naar Amsterdam ging om Oscar De León te horen want daar was het veel gezelliger. En weer een ander zei doodleuk dat hij niet van live-muziek hield, met name niet van 'dat hele latino-gebeuren'(“het gaat mij alleen maar om de dans”). Al deze reacties verklaren waarom er zo weinig kaarten zijn verkocht en een wereldster als Oscar De León naar de Kleine Zaal werd verplaatst.

Volgens de Oosterpoort was het gisteravond een klein beetje een LatinDanceNight, een voorproefje van de LatinDanceNight in november. Wat mij betreft schaffen we de Latin Dance Night in november af, en organiseren we elke keer een LatinDance-feestje als een of andere salsagrootheid toch in de buurt is. Zoals gisteren gebeurde. Alleen was het gisteravond niet echt een DanceNight. Een van de eerste dingen die ik Dj El Huracán del Ritmo hoorde zeggen was, dat hij en El Grand Dj Juanz tot één uur zouden draaien. Het was dus meer een after party die niet de hele nacht doorging. Ja, en de parkeergarage van de Oosterpoort gaat standaard een half uur na het concert dicht, dus vannacht stonden er mensen voor de dichte deuren die niet meer met de auto naar huis konden. Maar het concert van Oscar de León doet daar niets aan af. Ik ben van plan om hier nog heel lang van na te genieten!

Me voy pa Cali:
http://www.youtube.com/watch?v=tA63g9bzncM

Geplaatst door: salsa_and_the_city

OSCAR D'LEON volgens El grand Dj Juanz
Wo Mei 25, 2011 4:22 pm
[  Stemming: Angelic ]
[ Listening to Oscar D'León, Guede Zaina Momenteel: Listening to Oscar D'León, Guede Zaina ]
Een wereldster komt naar Groningen: salsalegende Oscar D'León staat donderdag 26 mei in de Grote Zaal van de Oosterpoort. Oscar D'León scoort al meer dan dertig jaar de ene salsahit na de andere. Ruim zestig albums heeft hij ondertussen op zijn naam staan. De stad New York eerde hem zelfs met een eigen dag (15 maart). El grand Dj Juanz (Juanz) draait sinds jaar en dag op vrijdagavond in Hemingway en volgde Oscar D'León al die jaren. Juanz over het fenomeen Oscar D'León:

“Oscar D'León is meer een spreekbuis van de Latijns-Amerikaanse wereld dan alleen maar van Venezuela. Het gaat bij Oscar D'León over gevoelens, daarom raakt zijn muziek heel veel mensen. Hij is een artiest die in de Latijns-Amerikaanse wereld in het hart wordt gedragen, juist omdát hij over het hart zingt”. Het succes van Oscar D'León komt volgens Juanz vooral door de teksten van zijn nummers en ook door zijn persoonlijkheid.

De teksten van zijn liedjes gaan over universele thema's: “Hij heeft teksten die voor iedereen toegankelijk zijn, die gaan over dingen die iedereen aangaan”. Als voorbeeld hiervan noemt Juanz het nummer Llorarás waarmee Oscar D'León en zijn toenmalige band Dimensión Latina in 1975 internationaal doorbrak: “Eigenlijk is dat een heel simpel liedje over een heel simpel thema, over 'je geeft mij niet de liefde die ik van je wil'. Eigenlijk is het helemaal niet zo'n leuke tekst want nergens in de tekst is er sprake van dat ze ooit iets hadden. Dus als je er over nadenkt is het best wel een claimerige tekst. Maar het wordt heel mooi gezongen en het gaat over iets dat heel veel mensen kennen, namelijk over afgewezen worden in de liefde en hoe dat voelt. Hij houdt dan zijn hoofd recht en zegt, typisch Latijns-Amerikaans, 'Jij gaat huilen, meisje, want ooit zult jij er achter komen dat ik wél een goeie voor je was'. Nou, daar kun je je ego mee sterken! Ik denk wel eens dat Oscar D'León zelf gekrenkt is geweest in bepaalde niet-beantwoorde gevoelens”.

Volgens Juanz speelt ook de persoonlijkheid van Oscar D'León mee. Oscar D'León is een sociaal-bewogen man die veel bezig is met liefdadigheidswerk. Zo haalde hij met een benefietconcert in Caracas voor de organisatie Operación Sunrisa dertigduizend dollar op. Maar daar zingt hij niet over in zijn liedjes. Juanz: “Dat vind ik zo mooi aan Oscar D'León: hij is heel erg bezig zijn publiek te vermaken. Dat spreekt mij aan omdat ik ook zo draai in Hemingway. Ik ben gericht op het publiek, ik ben gericht op de sfeer, ik wil graag een goede avond met mensen hebben. Het gaat mij er niet zozeer om dat ik een overtuiging naar buiten wil brengen. Dat is een keuze die je maakt”. Juanz benadrukt dat hij er voor kiest om een plek te creëren waar mensen kunnen ontstressen, waar ze de week achter zich kunnen laten: “Ik zie dat Oscar D'León ook die keuze maakt en daarmee mensen bevrijdt van alle dingen die ze zichzelf opleggen, hij haalt ze uit de sleur”.

De persoonlijkheid van Oscar D'León straalt door in zijn liedjes. “Zijn mooiste liedjes hebben een heel simpel en ingehouden ritme” zegt Juanz, “het is de uitstraling van iemand die zich niet opdringt of die een hele show gaat neerzetten en van het podium wil afspetteren. Tegelijk zit er ook iets koels in, een bepaalde rust. Zoals bij Llorarás. Llorarás heeft een heel subtiel ritme. Het is niet iemand die in je oor staat te tetteren maar het is iemand die je gewoon even wat vertelt”. Juanz vertelt dat de liedjes van Oscar D'León op die manier persoonlijker worden, dichterbij komen. Dit in tegenstelling tot de salsa romantica waar de zangers nogal eens zwelgen in hun gevoelens. Juanz moet daar doorgaans niets van hebben: “In de jaren tachtig had je dat vooral, een dieptepunt in de salsa, wat mij betreft. Kijk, niet iedereen is Marc Anthony, want die kan dat wél. En Oscar D'León kan dat óók met zijn koele manier van zingen. Oscar D'León kan over het leven zingen of over de liefde, hij kan hele romantische teksten zingen. Toch zou ik Oscar D'León niet in de categorie salsa romantica plaatsen. Oscar D'León is gewoon een categorie apart”.

Wie de website van Oscar D'León bezoekt, krijgt in de eerste plaats een foto te zien van Oscar D'León, zittend temidden van de kinderen van de organisatie Operación Sonrisa waar Oscar D'León ambassadeur van is. Het straalt een zekere gebalanceerdheid uit. Juanz: “Er zit een bepaald soort rust in alles wat hij doet. Dat zit ook in zijn beste nummers”. Volgens Juanz is het met name die balans, die levenshouding, die de mensen in Midden en Zuid-Amerika aanspreekt: “Dat geeft mensen rust en vertrouwen. De goede daad van Oscar D'León is eigenlijk dat hij in zijn muziek niet zijn goede daden verkondigd maar mensen een goede tijd geeft en daarmee een bijdrage levert aan het welzijn van mensen”.

Maar wat betekent de muziek van Oscar D'León voor mensen die geen Spaans verstaan? Volgens Juanz missen die echt een dimensie. Al benadrukt hij dat het twee dingen zijn: “Je hebt de tekst verstaan én een gevoel begrijpen dat iemand uitdrukt. Ook als je een tekst niet verstaat, dan nog kun je voelen wat iemand wil uitdrukken, soms heb je daar niet eens woorden voor nodig. De zanger kan het ook zó overbrengen dat je hoort om wat voor emoties het gaat, over welke gevoelens”. Juanz vertelt over die eerste keer dat hij Llorarás in Hemingway draaide: “Ik merkte direct de respons die er op kwam, een warm, hartelijk respons”. Ook nu nog draait Juanz in Hemingway regelmatig muziek van Oscar D'León: “Ik draai het minder dan sommige mensen zouden willen, maar elke avond komt er zeker één keer Oscar D'León voorbij”.

Oscar Emilio León Somoza werd op 11 juli 1943 geboren in de buurt van Caracas, Venezuela. Zijn vader was metselaar. Toen Oscar D'León opgroeide was hij helemaal gek van de muziek van Benny More en Sonora Matancera. Hij werd opgeleid voor landmeter maar dat beroep heeft hij nooit uitgeoefend. Eenmaal volwassen ging Oscar D'León overdag als taxichauffeur werken, en 's avonds trad hij op als zanger en als bassist. Het verhaal gaat dat percussionist José Rodriguez bij Oscar D'León in de taxi stapte en hem hoorde zingen, en dat Oscar D'León op die manier werd ontdekt. Na zijn ontslag als chauffeur stortte Oscar D'León zich helemaal op de muziek, simpelweg omdat er brood op de plank moest komen. Toen in de vroege jaren zeventig de salsa-rage Caracas bereikte, richtte Oscar D'León de salsaband Dimensión Latina op (de groep heette eerst Oscar Y Sus Estrellas). Een paar jaar na de oprichting kwam de band met het album El Sonero del Mundo – Oscar D'León hield daar zijn bijnaam aan over. Het nummer Llorarás brak internationaal door. De rest is bekend: Oscar D'León verliet Dimensión Latina in 1976, speelde in verschillende andere bands (o.a. Salsa Mayor) en verzamelde uiteindelijk zijn eigen muzikanten om zich heen waarmee hij overal ter wereld optrad. Al decennia lang is hij de onbetwiste salsakoning in de internationale salsawereld. Ondanks dat hij in 2003 en in 2009 werd getroffen door hartaanvallen gaat hij onvermoeibaar door met zijn muziek.

Oscar D'León heeft inmiddels al lang de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Toch denkt hij er niet aan om te stoppen. “Mijn publiek is de enige die mij met pensioen kan sturen" zei hij ooit in een interview. Juanz vindt dat Oscar D'León iemand is die de salsatraditie levend houdt. Want Oscar D'León verwerkt alle invloeden die hij tegenkomt in zijn muziek, hij improviseert veel en vernieuwt zichzelf voortdurend: “Ik hoor hem nog steeds nieuwe dingen proberen. In heel veel oude salsa hoor je mensen improviseren, je hoort hoe je zich uitleven. In de jaren zeventig, in Spanish Harlem, New York, dan hoorde je op een podium gewoon een stel freaks uit hun dak gaan. Dat is mooi om te horen, dat mensen dat als expressiemiddel gebruiken om energie over te dragen. En dat werkt ook goed voor de dansvloer. Die energie hoor je dertig jaar later nog steeds. Ik denk dat er op dit moment genoeg orkestjes zijn die allemaal netjes salsa spelen. Moderne salsa is soms wel wat zielloos aan het worden”.

En ook dat is weer een punt van overeenkomst. Juanz: “Ik kan in Hemingway natuurlijk ook alles strak aan elkaar mixen, van alles één geheel maken, er één machine van maken. Dat is dan heel leuk voor als je techno draait. Maar niet als je salsa draait. Salsa moet die losheid, die speelsheid hebben, waardoor een positieve energie ontstaat. Ik denk dat dit ook is wat Oscar D'León wil. Hij zorgt dat mensen een goede tijd hebben, hij wil positieve energie overbrengen. Zijn teksten zijn niet wereldverbeterend maar hij wil wel positiviteit overbrengen en op die manier de wereld verbeteren”.



-0-0-0-0-0-0-0-0-
Veel nummers van Oscar D'León staan op You Tube. Llorarás:
http://www.youtube.com/watch?v=Acoo8BVPVMY

De merengue Juanita Morel waarmee Oscar D'León vooral in Puerto Rico furore maakte:
http://www.youtube.com/watch?v=z4JPJmiDVrI

En mijn persoonlijke favoriet:
Mata Siguaraya, http://www.youtube.com/watch?v=fXVMJe4Sqj0&feature=autoplay&list=AVGxdCwVVULXdLNwj5F7LK9Fg4ZSyuVJdo&index=2&playnext=2

-0-0-0-0-
Meer informatie over El grand Dj Juanz:
http://salsa2.latinnet.nl/modules.php?name=Enquiries&op=enquirydimitemshow&iid=25

Geplaatst door: salsa_and_the_city

Kwakoe-Zomer-Festival
Do Mei 19, 2011 9:57 pm
[  Stemming: Amused ]

Voortbestaan Kwakoe-festival onzeker
(data festival: weekenden 23 juli - 21 augustus)

Het is nog steeds niet duidelijk of er dit jaar een Kwakoe-festival komt. Omdat de verschillende Surinaamse organisaties niet wilden samenwerken, heeft de Stadsdeelraad Zuid/Oost nu zelf een manager benoemd die alle organisaties en bewoners moet samenbrengen in een stichting die het festival gaat organiseren. Deze nieuwe stichting heeft tot zaterdag 18 juni de tijd om de aanvraag voor de vergunning in te dienen. Tot die tijd is het nog niet zeker of er een Kwakoe-festival komt. Als het festival doorgaat, dan wordt het gehouden in vijf weekenden (in plaats van zes) van zaterdag 23 juli tot en met zondag 21 augustus. De naam van het festival zal waarschijnlijk 'KwakoeZomerfestival' zijn of gewoon ' Zomerfestival'. Dit omdat de vorige directeur de naam 'Kwakoe-festival' bij het merkenbureau Benelux heeft gedeponeerd.

-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-

Na het Surinaamse feestje van Vriendin wil ik niets liever dan naar het Kwakoe-festival. Ik heb er al veel over gehoord, dus wordt het tijd dat ik zelf eens naar het Bijlmerpark in Amsterdam ga. Toen ik aan Vriendin mijn plannen vertelde, zat zij mij aan te staren. Een paar dagen later zei ze tegen mij dat niet alleen zij maar ook het hele OpbouwTeam NederlandSuriname wel wat voor het Kwakoe-festival voelde. Ik beloofde informatie over het festival op te zoeken en haar dat te mailen.

Gisteren was het dan zover: Ik dacht dat ik in het laatste kwartiertje van de dag wel wat kon vinden over het Kwakoe-festival. Maar ik zat om drie uur 's nachts nog steeds achter het scherm en rolde aan aantal keren haast van mijn stoel van verbazing. Want er speelt zich dit jaar rond het Kwakoe-festival een hele soap af, het is zelfs nog niet eens zeker of er dit jaar wel een Kwakoe-festival komt!

In elk geval zal het dit jaar geen Kwakoe-festival heten want de directeur van vorig jaar heeft die naam gedeponeerd bij het merkenbureau Benelux, twee weken nadat zijn aanvraag voor een vergunning om het festival te mogen organiseren door de (gemeente Amsterdam-)deelraad-Zuid/Oost was afgewezen. Daarom staat er op de website van het festival (kwakoe.nl) alleen nog maar informatie van vorig jaar. Als er dit jaar een festival komt, dan zal dat waarschijnlijk 'KwakoeZomerfestival' gaan heten of gewoon 'Zomerfestival'. Voor dit festival zijn vijf weekenden (in plaats van de gebruikelijke zes) gereserveerd tussen zaterdag 23 juli en zondag 21 augustus. Op veel websites met toeristische informatie staan ondertussen ook nog eens de verkeerde data.

Het Kwakoe-festival ontstond in 1975 toen Surinamers in de Bijlmer in de vakantieperiode een voetbaltoernooi organiseerden voor de thuisblijvers. Het voetbalveld werd al gauw een ontmoetingsplek, er kwamen wat kraampjes naast het veld, er speelde een bandje. Nog steeds kun je dit concept terugzien op de plattegrond van het festival: alles is rond een voetbalveld georganiseerd. Er werd gevoetbald om de Kwakoe-trofee. Kwakoe betekent overigens 'woensdag'. In Afrikaanse landen als Ghana, en ook in Suriname, worden jongens traditioneel genoemd naar de dag waarop zij geboren zijn. De slavernij werd op woensdag 1 juli 1863 afgeschaft, en honderd jaar later werd in Paramaribo het beeld van de ontketende slaaf onthuld dat in de volksmond al gauw 'Kwakoe' werd genoemd. Hier komt de naam van het festival vandaan. Vorig jaar werd het voetbaltoernooi op het laatste moment afgeblazen zodat er meer kraampjes konden worden verhuurd en er op die manier meer geld binnen kwam. Als er dit jaar een festival komt, wil men het voetbaltoernooi weer het centrum van het festival maken.

Het Kwakoe-festival is in de afgelopen vijfendertig jaar uitgegroeid tot één van de grootste multiculturele festivals van Nederland. Het is in opzet nog steeds een Surinaams gebeuren waarbij de ontmoeting centraal staat. Op het programma staan alle ingrediënten voor een goed Surinaams feest: sport, muziek, dans, eten en drinken. Maar daar zijn in de loop van de jaren ook elementen bij gekomen uit andere culturen als de Antilliaanse, de Ghanese, de Nigeriaanse en de Dominicaanse. Volgens de politie trok het festival vorig jaar 250 duizend bezoekers. Op andere websites worden aantallen genoemd variërend van 300 duizend tot één miljoen bezoekers.

Wat wel duidelijk is, is dat de huidige locatie veel te klein is. Vorig jaar sloot de politie in het laatste weekend de toegang tot het park een tijdje af omdat er teveel mensen op het festivalterrein waren. De CDA-fractie in de deelraad wil daarom het festival verplaatsen naar de ArenA-Boulevard. Ook nemen elk jaar de problemen met de veiligheid, de afwatering, de overlast en de financiën toe. Na elk Kwakoe-festival lagen er altijd stapels niet-betaalde rekeningen en niet-inbare vorderingen waarvoor de gemeente Amsterdam nogal eens opdraaide. Vorig jaar werd de directeur in elkaar geslagen door twee bandleden die hun geld wilden hebben. Ook werden toen bijna de tenten, een deel van de lichten en het podium door verschillende leveranciers opgehaald, om betalingen af te dwingen. En er werd gedreigd met een kort geding. Kortom, een echt Surinaams festival!

Geen wonder dat de Stadsdeelraad-Zuid/Oost het daarom helemaal had gehad met het Kwakoe-festival. De organisatie van het festival moest professioneler, en zaken als de veiligheid en de beperking van de overlast moesten worden gegarandeerd. Maar liefst acht Surinaamse organisaties meldden zich begin dit jaar om het Kwakoe-festival te organiseren. De Stadsdeelraad probeerde eerst om alle partijen te laten samenwerken, wat mislukte. Toen vielen alle organisaties apart, een voor een, af omdat ze niet konden voldoen aan de eisen van de Stadsdeelraad. Uiteindelijk bleef er nog één Surinaamse organisatie over, Stichting Ujala 90's. Maar toen had je de poppen echt aan het dansen. Ujala 90's is namelijk een Hindoestaans-Surinaamse organisatie die het Kwakoe-festival wilde combineren met een Hindoestaans festival. “Wij geven ons Kwakoe-festival niet zomaar weg aan de Chinezen!” brieste een vertegenwoordiger van een Afro-Surinaamse organisatie voor de camera van AT5. Afro-Surinaamse organisaties willen juist het Afro-karakter van het Kwakoe-festival behouden. Uiteindelijk viel ook Ujala 90's af. Pikante details zijn dat Ujala 90's de organisatie is van een PvdA-raadslid in Almere, en dat de Stadsdeelraad zelf voor een groot deel uit Surinaamse raadsleden bestaat.

De Stadsdeelraad nam vervolgens zelf het heft in handen en stelde een manager aan: Paul Stiekema, oud-directeur van de Heineken Music Hall en bestuurslid van Nederlands grootste evenementenbureau Mojo. Stiekema moet samen met een aantal organisaties en bewoners van Amsterdam-Zuid/Oost een stichting oprichten die een vergunning gaat aanvragen voor het organiseren van het festival voor de komende drie jaar. Het is dan de bedoeling dat de Stadsdeelraad de regie voert en dat de nieuwe stichting van Stiekema de verantwoordelijkheid gaat dragen. Op internet heb ik ondertussen al de eerste berichten gelezen dat de activiteiten van de Stadsdeelraad en Paul Stiekema zo nauw met elkaar verweven zijn dat de verantwoordelijkheden door elkaar beginnen te lopen. Want die nieuwe stichting is er nog niet maar Stiekema heeft al wel een Projectplan gepresenteerd als basis voor de vergunningaanvraag. De Stadsdeelraad heeft zich daarmee op glad ijs begeven want als bestuursorganisatie kan zij niet de eindverantwoordelijkheid dragen voor een commercieel festival.

Misschien hoopte de Stadsdeelraad dat Stiekema alle Surinaamse organisaties in één stichting zou krijgen. Dat is dan niet gelukt. In het consortium zitten nu organisaties als de vrijwilligerscentrale en een jongerenorganisatie. De meeste Surinamers vinden dat Stiekema met z'n blanke handen van hun festival moet afblijven, dat hij helemaal geen affiniteit heeft met 'het culturele erfgoed Kwakoe'. Vooral het feit dat hij geen Surinamer is weegt zwaar. De Afro-Surinaamse bevolking van de Bijlmer is dus op twee manieren haar eigen festival kwijt: het festival wordt niet meer door een Afro-Surinaamse organisatie georganiseerd én het karakter van het festival is verschoven van Afro-Surinaams naar multicultureel. Als het festival er al komt.

De Stadsdeelraad wil vooral dat het financiële fundament van het festival solide is. Daarom is Paul Stiekema aangetrokken en daarom zijn er nu ook contacten met Endemol. Het budget moet dit jaar niet alleen meer komen van de standhouders maar ook van bedrijven voor wie het Kwakoe-publiek een aantrekkelijke doelgroep is. Voor bijna drie ton moeten er sponsors gevonden worden; het is niet bekend hoe het daar mee staat, maar dat zal lastig worden in deze tijden van recessie. Stiekema heeft al laten weten dat de standhouders dit jaar van tevoren moeten betalen en dat hij niet van plan is om, net als zijn voorgangers, tijdens het festival als een incassobureau achter zijn geld aan te gaan. Nederlandse mores dus, op een festival dat steeds minder Surinaams dreigt te worden. Ook is nog niet bekend wie er op het Kwakoe-festival gaan optreden. Uiterlijk 18 juni is duidelijk of het Kwakoe-festival er dit jaar komt of niet. Want voor een festival moet de vergunning uiterlijk zes weken van te voren worden aangevraagd.

Al deze informatie heb ik gevonden op internet. Met name op de site van MART (Multiculturele Amsterdamse Radio en Televisie) stond veel nieuws, maar ook op de sites van dagblad Het Parool en de lokale omroep van Amsterdam, AT5. Hoewel ik een aantal keren ontzettend heb zitten lachen, is het natuurlijk diep triest dat zo'n leuk festival aan z'n eigen succes te gronde gaat. Ook al is er dit jaar waarschijnlijk wel weer iets van een Kwakoe-festival, het zal niet meer zijn zoals het de afgelopen vijfendertig jaar is geweest. Misschien zijn de Surinamers van de Bijlmer daarvoor ondertussen te goed ingeburgerd. Hoe het ook zij, als er een festival komt, dan zijn Vriendin en ik van de partij!

Geplaatst door: salsa_and_the_city

Jouw foute held
Di Mei 10, 2011 6:22 pm


Voor de essaywedstrijd van o.a. de Volkskrant schreef ik het onderstaande essay. Het thema was 'Jouw foute held'. Gelukkig heb ik veel plezier gehad tijdens het schrijven, want het essay werd er in de allereerste ronde al uitgegooid. Ik had misschien toch beter over Hugo Chavez kunnen schrijven, ook één van mijn foute helden, want de voorbeelden in de wedstrijdoproep waren op eén na allemaal foute politieke helden.

-0-0-0-0-0-0-0-

Fernando

Het was meteen raak op mijn allereerste salsales, een kleine tien jaar geleden. Mijn gloednieuwe salsaleraar Ewald Chocolaad hield een hele tirade tegen, wat hij noemde, 'Cubaanse fratsen'. Hij zou ons mooi en goed leren dansen, en dat kon je van die Cubaan aan het Boterdiep niet zeggen. Met 'die Cubaan' bedoelde hij Fernando, die een aantal jaren daarvoor vanuit het belangrijkste Cubaanse folkloristische ballet, de Conjunto Folklorico Nacional, als salsaleraar in Groningen was neergestreken; van een wereldpodium naar een kleine, Nederlandse stad. Maar dat wist ik toen allemaal nog niet. Ik was halverwege de dertig en desondanks nog behoorlijk groen en gereformeerd. Ik vond mijzelf enorm vrijgevochten omdat ik op salsales ging.

De aanleiding van Ewald Chocolaads woede was een leerlinge van hem die naar een salsaproefles van Fernando was geweest en die zich met een ontwrichte heup weer bij haar oude salsaleraar had gemeld. Ik wist niks van salsa, wist alleen heel vaag waar ongeveer Cuba en de Nederlandse Antillen lagen. Voor mijn gevoel waren al die Caribische eilanden één pot nat. Ewald Chocolaad had er maar één les voor nodig om mij duidelijk te maken dat Antilliaanse salsa heel wat anders was dan Cubaanse salsa. Het ging volgens hem bij salsa niet om de pasjes en de figuren die je bij 'die Cubaan' leerde, maar om het dansen zélf. Dat dansen moest van binnenuit komen, de muziek zat al in jezelf. Antilliaanse salsa was ingetogen. En heel braaf, denk ik nu.

Ik vond dat allemaal bijzonder interessant en zat bij die eerste salsalessen eigenlijk alleen maar ja-en-amen te knikken. Natuurlijk begreep ik ook wel dat Fernando op dat moment dé grote concurrent van Ewald Chocolaad was die veel leerlingen bij hem wegkaapte. Ewald kon niet veel anders doen dan alles van 'die Cubaan' afkeuren. Er speelde ook nog iets anders. Ewald Chocolaad had de salsa naar Nederland gebracht en met veel pijn en moeite een loopplank weten te leggen tussen zwoele Zuid-Amerikaanse heupbewegingen en een preutse, calvinistische bevolking. Hij wist keurige middenklassers ervan te overtuigen dat salsa óók voor fatsoenlijke mensen was. Net toen de salsa hier een beetje normaal begon te worden wandelde Fernando over die loopplank Groningen binnen. Salsa en seks werden bij hem weer synoniem.

Mijn nieuwsgierigheid naar 'die Cubaan' was vanaf mijn eerste salsales gewekt. En ik werd op mijn wenken bediend. Want eigenlijk was er elke week wel weer een nieuwtje over 'die Cubaan'. Fernando was een rokkenjager en schuimde de stad af. Hij zou de vriendin van een andere salsaleraar hebben ingepikt en die salsaleraar vervolgens de toegang tot zijn salsaparty's hebben ontzegd. Ik zat met oren op steeltjes te luisteren, en sloot, net als Maria, al deze woorden in mijn hart. Voor mij veranderde Groningen ineens van een duffe provinciestad in een plaats waar Eindelijk Eens Wat Gebeurde! Dankzij 'die Cubaan'!

Het hoogtepunt van de kritiek was tijdens mijn zesde of zevende salsales, de les ná de LatinDanceNight, hét jaarlijkse salsaevenement van Groningen. Fernando had voor het optreden met zijn demoteam een complete choreografie van Gloria Estefan gekopieerd. “Ja, en?” vroeg ik in mijn naïviteit ook nog. Ik snapte die ophef niet. Maar een paar jaar later zag ik de twee video's: één met het optreden van Gloria Estefan en één met het optreden van het demoteam van Fernando. Fernando had niet alleen de choreografie in zijn geheel overgenomen, hij had ook vanalles veranderd en verbeterd. Bij Gloria Estefan was de choreografie de achtergrond geweest van haar optreden. Bij Fernando was zíj naar de luidsprekers verwezen en stond het dansen centraal. Het resultaat was dat het kopie zo mogelijk nóg beter was dan het origineel. Ik was verbijsterd, begreep waarom het destijds voor zoveel commotie had gezorgd. Maar ik smolt ook weg van bewondering. En mijn besluit stond vast: ooit zou ik gaan salsadansen bij Fernando!

Nu, na al die jaren, heb ik dat nog steeds niet gedaan. Want ondertussen weet ik wie Fernando is, dankzij de vele verhalen over nachtelijke orgieën, drinkgelagen en braspartijen, en de grote hoeveelheid vrouwen die 'iets' met hem hebben gehad. Ik heb hem vaak op de dansvloer in actie gezien op al die salsaparty's die ik bezocht. Fernando is één bonk testosteron en Cubaanse viriliteit. Ooit, toen de website Latinnet net was gelanceerd -een site die onder andere actueel salsanieuws brengt dat de bezoekers zelf kunnen insturen- vertelde één van de beheerders mij dat een leerlinge van Fernando, een jonge vrouw, heel verontwaardigd 'nieuws' had ingestuurd. Ze was er namelijk achter gekomen dat Fernando het behalve met haar, óók nog met drie andere vrouwen uit haar lesgroep deed - Fernando had op dat moment een vaste vriendin en zo'n vijftien salsagroepen per week... De beheerder had kalmpjes teruggemaild dat het 'nieuws' niet geplaatst werd omdat het geen nieuws was.

Eigenlijk had ik al heel snel in de gaten dat ik uit de buurt van Fernando moest blijven: een kwestie van een héél erg spannende, maar ook héél erg foute man. Een mij onbekend type man ook. Elke keer als ik hem zie, voel ik het vibreren in mijn onderbuik, zingen mijn heupen psalmen en voel ik mij op-en-top vrouw. Er is geen andere man die dit in mij losmaakt. Ik ben een hele verstandige vlinder die heeft besloten om níet in de kaarsvlam te vliegen, helaas, helaas, helaas. Diep van binnen weet ik dat ik niet ben opgewassen tegen zó'n overkill aan charme en potentie, het zou mijn ondergang zijn. Daar komt nog eens bij dat Fernando een weergaloze danser is, van een niveau dat ik nog nooit eerder heb gezien.

Het jatten van choreografien gebeurt nog steeds, Fernando is gewoon geen choreograaf. Al zijn choreografien worden vakkundig bij elkaar gejat en met het nodige knip- en plakwerk aan elkaar geplakt. Het zijn allemaal kleine stukjes zonder enige lijn of samenhang, soms zelfs zonder verbinding; dan zie je de dansers ineens een paar passen naar een andere plek lopen of gewoon even wachten tot het volgende stukje. Dankzij YouTube is het nu allemaal te reconstrueren. Maar wat Fernando jat wordt mooier dan het ooit is geweest; hij is een begenadigd transformator. Hij heeft bovendien een feilloze antenne voor wat 'in' is. Soms lijkt het alsof hij in een open verbinding met Cuba staat, met de stad Santiago vooral. De nieuwste Cubaanse trends, de mooiste nieuwe muziek uit Santiago, alles wordt verwerkt tot een hoger niveau. Misschien is dat wel de reden dat niemand iets van dat jatten zegt omdat het zo ontzettend perfect gebeurt. Eigenlijk heeft Fernando dat jatten helemaal niet nodig. Want als voormalig eerste- én solodanser van de Conjunto Folklorico Nacional kan hij improviseren als geen ander. Getraind en geselecteerd op Cuba, het neusje van de Cubaanse zalm: als je zó goed kunt improviseren, dan heb je helemaal geen choreografie nodig. Hij is ook zó'n fenomenale danser dat hij zelfs alleen met wat basispassen al imponeert. Fernando is de beste reclame voor de salsa en voor Cuba. En voor zichzelf.

Op dit moment, na achteneenhalf jaar salsa, zijn er in Groningen meerdere goedopgeleide Cubaanse salsaleraren; Groningen is een waar Mekka voor de Cubaanse salsa. Maar er is maar één Fernando. De verontwaardiging over zijn gedrag en zijn uitspattingen is in de loop van de jaren alleen maar heviger geworden. Zijn leslocatie heeft hem er uiteindelijk uitgezet na hem jarenlang de hand boven het hoofd te hebben gehouden. De geruchten gaan dat de dansschool van Fernando tenminste al één keer failliet of bijna-failliet is gegaan. Fernando is ook helemaal geen goede salsaleraar, het gaat bij zijn lessen helemaal niet om zijn leerlingen, het draait allemaal alleen maar om Fernando zelf. Desondanks is zijn salsadansschool nog steeds één van de grootste van Groningen, de groepen zitten overvol. En de nieuwe vriendinnen blijven aanstromen. Het is steeds hetzelfde type vrouw: jong, beeldschoon, hoog op de benen, vaak behoorlijk slim en goede dansers. Ze komen binnen via de proeflessen omdat ze willen leren salsadansen, en ze blijven voor hem.

Ikzelf sta, op een veilige afstand, nog steeds in de voorste gelederen van zijn bewonderaars. Ik kan het niet verklaren, maar ik vind hem geweldig, een zegen voor een stad als Groningen! De mensen om mij heen begrijpen dat niet, vinden dat in tegenstrijd met de morele eisen die ik normaal aan mensen, aan met name mannen stel. Ik kan het ook helemaal niet rijmen met mijn feministische overtuigingen die toch ook nog ergens in mij zouden moeten zitten. Maar Fernando heeft iets in mij geactiveerd waarvan ik niet eens wist dat ik dat in mij had. Hij is het noorden op mijn kompas. Wat er nog aan gereformeerds in mij zat, is nu wel verdwenen. En ik hoop ook niet dat dat ooit weer terug komt.

Geplaatst door: salsa_and_the_city

Latinforum (salsa) forum index -> Weblogs -> Weblog van salsa_and_city


Proef de salsa in Groningen!
[ weblogs.latinnet.nl/salsa_and_the_city ]

Weblog Eigenaar: [ salsa_and_the_city ]
Bijdragers: [ (geen) ]
Weblog: [ Bekijk alle bijdrages ]
  [ Vrienden ]
OK : [ Terug/Vooruit ]

Contact salsa_and_the_city
E-mailadres
Privé berichtStuur privé bericht
MSN messenger
Yahoo messenger
AIM naam
ICQ nummer

Over salsa_and_the_city
Geregistreerd op:Mar 10, 2006
Woonplaats:Groningen
Beroep:
Interesses:Dansen, schoenen, chocola en mannen (in die volgorde)

Weblog
Weblog Begonnen:Vr Mrt 10, 2006 11:45 pm
Totaal aantal bijdrages:119
Weblog Ouderdom:2149 dagen
Totaal aantal bijdrages:134
Bezoeken:21172

RSS RSS Feed

De inhoud van een weblog is de verantwoordelijkheid van zijn eigenaar en wordt niet noodzakelijkerwijs onderschreven door latinnet/latinforum.
Powered by the Blog Mod version 0.2.x by Hyperion. Ported, Tweaked, & Enhanced by NukeKorea Dev. Network © 2003-2005.

Powered by phpBB © 2001, 2005 phpBB Group
bovenkant